Ondoorzichtig besluit nieuwbouw Historisch Centrum

 

Stadspartij Zwolle, Swollwacht en SP hebben kritische vragen gesteld aan het College van B en W over het DTNP-locatieonderzoek uit 2024.

Het betreft een vergelijking van mogelijke locaties voor nieuwbouw van Collectie Overijssel (voorheen Historisch Centrum Overijssel). Collectie Overijssel is nu gevestigd aan de Eikenstraat in Zwolle (zie foto).

Dit DTNP-locatieonderzoek was de basis voor het besluit in 2024 om te kiezen voor Hanzeweg 19 in Deventer, een kavel op een bedrijventerrein. Maar dit onderzoek zat in 2024 niet bij de raadsstukken! Pas in augustus 2026 kwam het beschikbaar. Nu blijkt dat het slechts om een 'verkenning' gaat, gebaseerd op inschattingen, terwijl locaties in Zwolle en Raalte beter uit de bus komen. Het is ondoorzichtig en onbegrijpelijk hoe de locatie in Deventer in 2024 de voorkeur kon krijgen.

Hieronder staat de volledige tekst van onze vragen aan het College van B en W.

-------------------------------------------------------------------------

Onderwerp:

DTNP-locatieonderzoek naar nieuwbouwlocaties voor Collectie Overijssel (art. 45-vragen)

Geacht College,

Op 20 augustus heeft de gemeenteraad het DTNP-onderzoek uit 2024 m.b.t. de mogelijke nieuwbouwlocaties van Collectie Overijssel (voorheen Historisch Centrum Overijssel) ontvangen. Vanaf 27 mei had de fractie van Stadspartij Zwolle daar verschillende keren om gevraagd, naar aanleiding van een bezoek aan de beoogde locatie in Deventer.

Nadat een formeel verzoek op basis van de informatieplicht nog geen resultaat opleverde, heeft de fractie begin augustus een brief aan de burgemeester geschreven, wat uiteindelijk leidde tot de beschikbaarstelling van het DTNP-locatieonderzoek.

Bij de besluitvorming op 23 september 2024 lag het DTNP-onderzoek van 28 maart 2024 aan de basis van het raadsvoorstel om te besluiten tot centrale huisvesting in een nieuw collectiecentrum aan de Hanzeweg 19 te Deventer. Er staat letterlijk in het raadsvoorstel: “Het onafhankelijk onderzoek heeft geresulteerd in de voorkeurslocatie Hanzeweg 19 te Deventer.”

Dit onderzoek door adviesbureau DTNP uit Nijmegen hebben wij bestudeerd.

Onze conclusie is: Dit DTNP-onderzoek is kwalitatief onvoldoende om tot de genoemde voorkeurslocatie in Deventer te besluiten. Bovendien is ondoorzichtig hoe die locatie de voorkeur kon krijgen, terwijl deze locatie niet de meeste punten had.

Het valt op dat het niet gaat om een degelijk onderzoek, maar om een ‘locatie-verkenning’. Verder valt op dat de weging van locaties niet stevig onderbouwd is en deels gebaseerd is op subjectieve inschattingen.

DTNP geeft dat zelf ook toe in een bijlage. Daar staat:

Het gehanteerde systeem is geen wetenschap, er is een binaire score gegeven [0 of 1 punt toegekend per criterium], deels op basis van inschattingen van DTNP en mogelijk onvolledige informatie. Een weging of verdieping van bepaalde criteria zou een grote invloed kunnen hebben op de eindscore.”

Met deze opmerkingen geeft het adviesbureau DTNP zelf al aan, dat deze verkenning onvoldoende is om een locatiebesluit te nemen.

Er valt direct al het één en ander af te dingen op de eerste filtering van locaties (van 45 teruggebracht naar 20) aan de hand van termijn, status planvorming en bereikbaarheid:

  • De termijn: het gebouw zou er voor 2030 moet kunnen staan. Dat is nu ook al niet meer mogelijk voor de voorgenomen nieuwe locatie in Deventer (blijkt uit recente stukken).
  • Status planvorming: dat is een relatief criterium. Waar een wil is, is een weg. Het komt vaker voor dat op een later moment een plan gewijzigd wordt, of een nieuwe ontwikkeling opgenomen wordt.
  • Bereikbaarheid: meerdere locaties zijn beter bereikbaar dan de beoogde locatie in Deventer.

Ook blijkt de beperkte waarde van de verkenning als we nader inzoomen op de 8 criteria die gehanteerd zijn bij de tweede filtering van locaties: kavelgrootte, stand-alone ontwikkeling, eigendomssituatie, zichtlocatie, historie en identiteit, ‘burenmatch’ (overheid, museum, educatie), levendig milieu en schil/transitiezone.

Bij die tweede filtering via het puntensysteem komen Veemarkt/IJsselhallen-locatie in Zwolle en een locatie in Raalte als beste opties uit de bus (6 punten), beter dan Hanzeweg 19 in Deventer (5 punten). Bovendien kunnen we Veemarkt/IJsselhallen een extra punt geven (dus totaal 7 punten), aangezien DTNP een 0 geeft voor ‘levendig milieu’, wat duidelijk een verkeerde inschatting is.

Een ander voorbeeld van de zwakte van de verkenning: bij de locatie Grote Voort/Blaloweg  staat als toelichting ‘naast cultuurfuncties en naast VEZ en Veemarkt’, terwijl het achter de WRZV-hallen is gelegen. De locatie Grote Voort/Blaloweg heeft hetzelfde aantal punten als Hanzeweg 19 te Deventer.

Hierover hebben wij de volgende vragen in het kader van artikel 45:

  1. Waarom is het cruciale stuk aangaande het locatie-onderzoek van DTNP niet bij de stukken gevoegd van de raadsvergadering (besluitvormingsronde) op 23 september 2024 toen een principe-besluit werd voorgelegd over het verhuizen van de archieven en collecties van Collectie Overijssel van Zwolle naar Deventer?
  2. Bent u met ons van mening dat het DTNP-locatieonderzoek wel bij de stukken had moeten zitten?
  3. Bent u met ons van mening dat de gemeenteraad door het ontbreken van het DTNP-onderzoek onvoldoende informatie had om tot een goed besluit te komen? Zo ja, welke consequentie verbindt u daaraan voor de verdere besluitvorming? Zo nee, waarom vindt u dat niet?
  4. Bent u met ons van mening dat de gemeenteraad op 23 september 2024 had kunnen constateren dat het DTNP-onderzoek – dat wezenlijk was voor het besluit van het bestuur van Collectie Overijssel – te weinig kwaliteit en diepgang heeft om een dergelijk principe-besluit over de verhuizing naar Hanzeweg 19 te Deventer te nemen?
  5. Bent u met ons van mening dat het ondoorzichtig (niet-transparant) is hoe de keuze op Hanzeweg 19 te Deventer tot stand is gekomen? Hoe is dit gelopen? Waren er andere factoren in het spel? Graag uitleg.

Verder schrijft u in de beantwoording d.d. 29 juni van artikel 45-vragen over de museale collectie en archieven en de voorgenomen nieuwbouw in Deventer, dat de museale collectie “nooit onderdeel heeft uitgemaakt van de businesscase” met betrekking tot de nieuwbouw van Collectie Overijssel in Deventer.

Toch lezen wij in het raadsvoorstel van 29 augustus 2024, dat op 23 september 2024 in de raadsvergadering aan de orde was, expliciet:

“In de businesscase is ook voorzien dat ruimte wordt geboden aan de museale collectie van de gemeente Zwolle. Voor de bewaring van deze museale collectie wordt op dit moment een geconditioneerde bedrijfshal gehuurd op de Marslanden.”

Bovendien heeft de directeur van Collectie Overijssel op 20 juni jl. in de Stentor gezegd dat het in Zwolle houden van de museale collectie betekent dat “het nieuwe gebouw in Deventer wat anders en kleiner wordt”.

  1. Bovenstaande gegevens en uitspraak van de directeur maken toch duidelijk dat de museale collectie wél deel uitmaakte van de businesscase? Hoe kan anders één en ander met elkaar gerijmd worden?
  1. Bent u bereid om in september, direct na de besluitvorming in het bestuur van Collectie Overijssel de herziene begroting 2027 en de herziene meerjarenraming 2028-2030 van Collectie Overijssel aan de gemeenteraad te doen toekomen, zodat de raad – samen met de antwoorden op deze artikel 45-vragen – tijdig een standpunt kan innemen over het vervolg?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording.

Vriendelijke groeten,

Peter Pot, fractievoorzitter Stadspartij Zwolle

Silvia Bruggenkamp, fractievoorzitter Swollwacht

Sandra Drost, fractievoorzitter SP

Ondoorzichtig besluit nieuwbouw Historisch Centrum